Lokaal beleid

Rondhangende jongeren en het lokale beleid
 
Het thema 'rondhangende jongeren' doorkruist verschillende beleidsdomeinen. Werken met dit thema beperken we daarom best niet tot één dienst of lokale actor. Het thema komt ook voor in diverse beleidsplannen, waaronder het bbc en het zonale veiligheidsplan.
Samenwerken en overleg zijn basisvoorwaarden om een duidelijk en kwalitatief beleid voor dit thema op te zetten. Acties op één niveau of zonder het betrekken van andere partners hebben niet het gewenste effect. Daarnaast is het van essentieel belang dat de lokale actoren open en constructieve contacten onderhouden met rondhangende jongeren (en vice versa).
 
Een lokaal beleid op 4 niveaus:
De eerste drie luiken (jeugd, welzijn en preventie) vertrekken vanuit de basisvisie ‘rondhangen is een recht’. Bij overlast schakelen we het laatste niveau (repressie) in.
 
1. Jeugdbeleid
Vanuit de visie dat rondhangen een recht is voor jongeren (identiteitsontwikkeling, experimenteren in sociale contacten,…) zetten we deze vorm van vrijetijdsbesteding in eerste plaats bij de doelgroep van de jeugddienst. Maar ook aan schoolpoorten, buurthuizen, bibliotheken,… ontmoeten jongeren elkaar. Zij brengen hun vrije tijd vaak door met leeftijdsgenoten op straat en nemen minder deel aan een georganiseerd jeugdaanbod. In de bbc’s zijn deze jongeren ondertussen een belangrijke groep met noden en behoeften, met problemen en potentieel. Veel jeugddiensten bevragen rondhangers bijvoorbeeld in het kader van de opmaak van een beleidsplan. Een aantal jeugddiensten zet gerichte acties op met of voor deze groep in samenwerking met het lokale jeugdwerk.
 
2. Welzijnsbeleid
Uit onderzoek (Tienerkliks en Euregionaal jeugdonderzoek 2002) blijkt dat jongeren uit kwetsbare wijken meer rondhangen dan hun leeftijdsgenoten uit andere buurten. In een aantal gevallen gaat dit rondhangen gepaard met individuele problemen op verschillende leefdomeinen: school, thuis, financieel, contacten met justitie. Wanneer er sprake is van dergelijke kwetsingen bij een groep jongeren, dan is een andere en intensievere aanpak nodig. Vanuit contacten met deze jongeren legt een professionele kracht linken naar welzijnsdiensten en socio-culturele organisaties. Daarnaast moet er ook voldoende aandacht zijn om een eventueel verstoord samenleven tussen rondhangers en buurtbewoners te herstellen.
 
3. Preventief beleid
Een degelijk preventief beleid over ‘rondhangen’ vertrekt vanuit een jeugd- en welzijnsbeleid dat aandacht heeft voor de noden van jongeren en dat wordt gedragen door verschillende diensten.
Het gaat hier om het praten met en over jongeren, voor er klachten zijn of er sprake is van overlast. Ook het inzetten op preventie van risico’s voor jongeren op verschillende leefdomeinen valt hier onder. Enkele voorbeelden: informeren rond gebruik en risico’s van genotsmiddelen, vorming over werking van gemeentelijke diensten, projecten opzetten voor en met jongeren die in de publieke ruimte vertoeven.
Vervolgens kunnen we ook inzetten op omgevingsfactoren: omgaan met structurele overlastsituaties waarbij rondhangende jongeren betrokken zijn. Bijvoorbeeld door het treffen van voorzieningen als vuilnisbakken, straatverlichting, infrastructuur voor jongeren,...
 
4. Repressief beleid
Op dit niveau staat de wetshandhaving bij overlast centraal. Dit is vooral de rol van de lokale politie. De wet op het politieambt bepaalt op welke manier de politie optreedt. Daarnaast zijn er nog een aantal inbreuken op de strafwet en gemeentelijke verordeningen wanneer het gaat om verstoring van de openbare orde.